Veelgestelde vragen

  1. Hoe verhoudt zich de didactiek van de spellingleergang met het werken met woordpakketten?

Taalfontein is een interactieve methode. Een van de pijlers van interactief Taalonderwijs is het aanleren van strategieën. U ziet dit terug bij het spellingonderwijs: de leerlingen krijgen verschillende strategieën (auditief, visueel, regels etc) aangeboden om daarmee ook voor hen onbekende woorden correct te schrijven. In eerste instantie had Taalfontein als interactieve methode geen woordpakketten beschikbaar. Omdat bleek dat veel scholen daar toch behoefte aan hebben, zijn kwalitatief goede woordpakketten beschikbaar gesteld. Uitgangspunt daarbij is dat de geoefende woorden niet of nauwelijks in het dictee mogen voorkomen. Deze woordpakketten zijn echt bedoeld ter ondersteuning voor de zwakke spellers om woordbeelden in te prenten. De woordpakketten zijn niet bedoelde als vervanging van de in de methode aangeboden spellinglessen.

  
  1. Hoeveel lesuren moet ik per week inroosteren voor Taalfontein?

De methode vraagt elke dag 75 minuten voor het Taalgedeelte. Op woensdag is 45 minuten voldoende. Daarnaast moet elke dag 15 minuten voor spelling ingeroosterd worden. Totaal per week 5,25 uur Taal/lezen + 0,5 uur woordclusters + 1,5 uur spelling = 7,25 uur per week.

  
  1. Kan ik de toetsgegevens invoeren in ParnasSys?

De toetsgegevens kunnen inderdaad in ParnasSYs ingevoerd worden. ParnasSys koppelt daarna een beoordeling eraan, hierbij uitgaande van de 80% is voldoende norm. Inhoudelijke vragen over ParnasSys kunnen aan het programma zelf gesteld worden.

 
  1. Mijn lesprogramma voor Taal is erg vol. Mag ik onderdelen schrappen?

De ervaring leert dat de meeste leerkrachten na verloop van tijd alle lessen ingepland krijgen. Mocht dit niet lukken dan kunnen de onderdelen Toepassingsopdracht en Thema-afsluiting tijdelijk geschrapt worden. De lesinhouden van de Toepassingsopdrachten kunnen eventueel op een ander moment (handvaardigheid, zelfstandig werken, projectweek etc) nog een keer uitgevoerd worden. In de algemene inleiding op elk leerjaar vindt u alle toepassingsopdrachten overzichtelijk bij elkaar.

De lesonderdelen Leesbegrip, Woordcluster/woordbegrip en Taalbeschouwing moeten altijd ingepland worden. Luisteren en spreken wordt niet getoetst evenals leesbeleving. Bij dringende tijdproblemen kunnen keuzes gemaakt worden in deze leerlijnen.

 

Tip: plan je jaarrooster van achteren (juli 2009) vandaan vol (36 weken taal/lezen en 34 weken spelling). Je zult merken dat er ruimte over is om langer over een thema te doen of een extra parkeermoment in te bouwen)

 
  1. Hoe ga ik om met Taalfontein in mijn combinatiegroep?

De methode is zo gemaakt dat de interactieve en zelfstandig werklessen gespiegeld zijn. U kunt daardoor de aandacht over uw groep verdelen. In de combinatiegroep 3 / 4 zal vooral het zelfstandig werken veel aandacht moeten krijgen. Een paar tips hiervoor:

1) Probeer een paar keer per week ‘extra handen’ in de groep te krijgen om de klas te splitsen. Er kan op die momenten bijvoorbeeld instructie aan groep 4 over spelling gegeven worden; ook is het fijn als in alle rust met groep 3 naar het introductieverhaal geluisterd kan worden.

2) Zoek bewust naar activiteiten die groep 3 zelfstandig kan (dat zijn er vaak meer dan u denkt). Denk aan het maken van de letterbladen uit de Kopieermap, het overschrijven van woorden uit het Klassikaal leesboek of Fonteinboek, het lezen van de losse leesboeken of Spetterkaarten. Groep 4 kan uiteraard op veel meer momenten zelfstandig werken.

3) Kijk of er leerlingen uit groep 3 of groep 4 als tutor van een groep 3-leerling kunnen functioneren. Deze tutors kunnen bijvoorbeeld nog een keer de geleerde letters flitsen, samen lezen uit het klassikaal leesboek etc.

4) De handleiding van groep 3 geeft regelmatig aan dat de kinderen in tweetallen moeten werken. Leer de kinderen dit zo vroeg mogelijk aan; deze tijd kunt u namelijk gebruiken om instructie aan groep 4 te geven.

  
  1. Wat kan ik extra aanbieden aan leerlingen die moeite hebben met Spelling?

Voor deze leerlingen kan de handleiding van Spelspoor (Bekadidact) aangeschaft worden. Deze handleiding biedt pre-teachig voor elke leeseenheid van Spelling. Ook het bijbehorende computerprogramma (Spelspoor) biedt veel oefenstof. Scholen die licenties hebben bij ambrasoft kunnen hier ook de woordpakketten downloaden (Ga naar de site van Ambrasoft (http://school.ambrasoft.nl/) en klik daar op de button ‘downloads’ en vervolgens ‘woordpakketten’. Daar staan voor veel methoden woordpakketten klaar, waaronder die van Taalfontein groep 3 t/m 7.

  
  1. Welke extra werk is er beschikbaar voor snelle leerlingen in groep 3?

Voor deze kinderen kunnen verschillende materialen ingezet worden:

-         de extra leesstof in het klassikaal leesboek

-         extra leesboekjes zoals de boekjes van Daan en Roos

-         de kopieerbladen uit de Hoekenmap

-         Spetterkaarten (eventueel van een hoger niveau)

 

Ook kan methodeonafhankelijk materiaal ingezet worden, zoals Stenvert blokken, kopieerbladen van Spelling in de lift etc.

© Groen Educatief